zondag 7 november 2010
donderdag 4 november 2010
Natuurklasje bijna voorbij, boekje in de maak
Vanmiddag was de op-een-na-laatste les van mijn eerste natuurklasje. Er moest nog wat gemaakt worden voor het boekje dat bij de laatste les op tafel komt. Gekleurd papier, stiften, gedroogde bladeren en verknipte kerstkaarten waren het materiaal voor deze kunstwerkjes met gemengde technieken. Ze maakten er zoveel, dat we bijna vergaten nog even naar buiten te gaan.
Het laatste half uur hebben we dat toch maar gedaan. In de wind lopen en tegen grote bergen blaadjes aan schoppen. Heerlijk!
woensdag 3 november 2010
Hoe de dingen bij elkaar kunnen komen...
Een deelneemster van 'Schrijven als Levenskunst' vertelde afgelopen zondagmiddag een verhaal bij 'Het Hart op de Tong'. Zie ook: als alles klopt. Dinsdagavond verraste ze de schrijfgroep met een verhaal over die middag. Ik heb haar toestemming om het hier te publiceren:
Het Zonneplein
Bijna was ik te laat gekomen. Ik woon namelijk heel dichtbij, maar mijn zoon van dertig belde ’s morgens op en vroeg of ik zijn haar wilde knippen. Dat doe ik al zijn hele leven, op een of twee keer na. Toen hij in de puberteit zat wilde hij wel eens een echte kapper uitproberen. Hij kwam echter niet zo vrolijk thuis als ik verwacht had. En na de tweede keer zei hij: ”Jij knipt beter, mam.” Dan groei je natuurlijk als moeder en probeer je de haarmode zoveel mogelijk bij te houden. Zelfs toen hij een keer een grote blauwe kuif aan de voorkant wilde. Het verven was zo gedaan. Ik was alleen vergeten zijn voorhoofd in te smeren met een crème zodat hij een week lang met een petje op naar school ging. En boos natuurlijk. Maar nu hij de kapper zelf moet betalen wil hij vaak even langs komen voor een kopje koffie, praatje en een knipbeurt.
Toen ik dus net op tijd op het Zonneplein aankwam viel het me op hoe relaxed en dorps de buurt er eigenlijk uitziet. Lieve kleine huisjes, allemaal gebouwd in de stijl van de Amsterdamse school in de dertiger jaren van de vorige eeuw. Het statige Zonnehuis in het midden van het plein heeft drie ingangen. Ik nam in eerste instantie de verkeerde ingang. Rechts van de hoofdingang bevindt zich, zo ontdekte ik, een leuke lunchroom; dus op naar de linkse ingang waar momenteel theatercentrum Het Zonneplein gevestigd is.
Het geroezemoes en de warmte komen mij vrijwel tegelijk tegemoet. Voornamelijk iets oudere mannen en vrouwen bevolken de ruimte en al gauw zie ik Wilma, die geanimeerd staat te praten met enkele vrouwen. ‘Leuk dat je er bent’ zegt ze, en stelt me onmiddellijk aan Peter Faber voor. Hij beweegt zich ontspannen tussen de mensen en probeert (in mijn ogen) niet de ster uit te hangen. Dat siert hem.
Het blijkt dat hij het gezellige theatertje voor 5 jaar gehuurd heeft. Later vertelt hij dat iedereen minstens 5 jaar nodig heeft om iets goed te kunnen, zoals: jongleren, muziek maken, maar ook schrijven. Dus ik heb nog vier jaar en tien en halve maand te gaan!
‘Ga je je verhaal voorlezen?’ vraagt Wilma. Ik antwoord dat ik het nog niet weet en dat ik eerst de kat uit de boom wil kijken.
De ruimte is niet te groot en niet te klein en de mooie rode gordijnen die voor het podium hangen worden prachtig belicht door enkele bovenhangende spotjes wat de gemoedelijke sfeer erg ten goede komt. Een mooie gitariste van een jaar of 25 pingelt dromerige muziek de ruimte in.
Als iedereen koffie of thee gekregen heeft hoor ik Peter (bespeur ik daar toch iets van spanning in zijn stem?) tegen Wilma zeggen: ’zullen we dan maar beginnen?’
Hij loopt naar voren en begint geanimeerd te vertellen over zijn jeugd en hoe hij er toe is gekomen om te gaan acteren. De kop is er af. Wilma loopt naar voren en draagt een van haar prachtige gedichten voor. Dan is het de beurt aan ons. Zo’n kleine 20 man zitten op hun stoeltjes geduldig te wachten. Ik krijg het idee dat iedereen zich hier snel op zijn gemak voelt, want een Indonesische meneer staat direct op en begint rustig voor de microfoon te vertellen. Uit zijn hoofd dus. Over zijn vader met wie hij vroeger niet zo veel op had maar voor wie hij nu, nu hij ouder was geworden en zijn vader niet meer leeft, uiteindelijk veel respect had gekregen. Na een applausje gaat deze meneer zitten en komt Wilma weer naar voren met de vraag wie er nu iets wil vertellen. Het blijft langere tijd stil.
Het blijkt dat hij het gezellige theatertje voor 5 jaar gehuurd heeft. Later vertelt hij dat iedereen minstens 5 jaar nodig heeft om iets goed te kunnen, zoals: jongleren, muziek maken, maar ook schrijven. Dus ik heb nog vier jaar en tien en halve maand te gaan!
‘Ga je je verhaal voorlezen?’ vraagt Wilma. Ik antwoord dat ik het nog niet weet en dat ik eerst de kat uit de boom wil kijken.
De ruimte is niet te groot en niet te klein en de mooie rode gordijnen die voor het podium hangen worden prachtig belicht door enkele bovenhangende spotjes wat de gemoedelijke sfeer erg ten goede komt. Een mooie gitariste van een jaar of 25 pingelt dromerige muziek de ruimte in.
Als iedereen koffie of thee gekregen heeft hoor ik Peter (bespeur ik daar toch iets van spanning in zijn stem?) tegen Wilma zeggen: ’zullen we dan maar beginnen?’
Hij loopt naar voren en begint geanimeerd te vertellen over zijn jeugd en hoe hij er toe is gekomen om te gaan acteren. De kop is er af. Wilma loopt naar voren en draagt een van haar prachtige gedichten voor. Dan is het de beurt aan ons. Zo’n kleine 20 man zitten op hun stoeltjes geduldig te wachten. Ik krijg het idee dat iedereen zich hier snel op zijn gemak voelt, want een Indonesische meneer staat direct op en begint rustig voor de microfoon te vertellen. Uit zijn hoofd dus. Over zijn vader met wie hij vroeger niet zo veel op had maar voor wie hij nu, nu hij ouder was geworden en zijn vader niet meer leeft, uiteindelijk veel respect had gekregen. Na een applausje gaat deze meneer zitten en komt Wilma weer naar voren met de vraag wie er nu iets wil vertellen. Het blijft langere tijd stil.
Ik denk bij mezelf: ‘dat kan toch niet’? ‘Niemand die wil?’ En tegelijkertijd voel ik een plaatsvervangende verantwoordelijkheid, voornamelijk ten opzichte van Wilma. De vaart moet er wel in blijven!
Ondanks dat ik het dus niet zo vroeg in de middag van plan was, steek ik mijn vinger op.
Het blijkt dat tegelijkertijd met mijn vinger ook iemand anders zijn hand had opgestoken.
Ondanks dat ik het dus niet zo vroeg in de middag van plan was, steek ik mijn vinger op.
Het blijkt dat tegelijkertijd met mijn vinger ook iemand anders zijn hand had opgestoken.
Deze meneer mag eerst, maar dan ben ik echt aan de beurt. Na eerst wat geharrewar met de microfoon lees ik mijn verhaaltje, over mijn moeder die begint te dementeren, voor. Applaus; zo, dat zit er op. En na mij volgen er nog velen. De een vertelt uit het hoofd; de ander van een papiertje maar ieder heeft zijn eigen, vaak emotionele verhaal. Het valt mij op hoe gemakkelijk en vanzelfsprekend alles gaat. Mensen die later zeiden dat ze toch wel zenuwachtig waren staan voor het toneel alsof het hun dagelijkse werk is. In gedachten maak ik ze complimenten.
De middag is omgevlogen en het zaaltje druppelt langzaam leeg. ‘Dit is mijn kans, denk ik en loop op Peter Faber af. Toch even een praatje maken met deze ster. Ik vertel dat ik zijn theatershow KEEFMAN enkele jaren geleden heb gezien in het nieuwe de La Mar theater. Hij begint te vertelen dat hij het hier ook speelt, maar nu veel beter, veel losser. Ik vond het toen juist al zo knap dat hij zo makkelijk kon improviseren op het toneel en vraag of hij zich misschien die avond nog kan herinneren. Even kijkt hij mij vreemd aan. Alsof hij zich elke avond op het toneel zou kunnen herinneren. Maar dan vertel ik hem dat er die avond iets bijzonders was gebeurd. Terwijl de voorstelling al een uur aan de gang was begint een vrouw op de eerste rij te schreeuwen. Peter probeert er een grapje van te maken maar dan blijkt het ernst…. Naast haar op de eerste rij zit een man in elkaar gezakt, bewegingsloos op zijn stoel . Paniek! De lichten gaan aan en 112 wordt gebeld. Peter moet de tijd volpraten maar heeft er zichtbaar moeite mee. Wat moet hij doen? Je hoort hem denken: stoppen of doorgaan?
Nadat de man afgevoerd is via een brancard besluit hij samen met het publiek de voorstelling te hervatten: ‘Ja, zulke dingen kunnen gebeuren’, zegt hij nog.
Vanavond hoorde ik van hem dat de man was blijven leven. En dat gaf me na zoveel jaar toch een gevoel van opluchting.
Nadat de man afgevoerd is via een brancard besluit hij samen met het publiek de voorstelling te hervatten: ‘Ja, zulke dingen kunnen gebeuren’, zegt hij nog.
Vanavond hoorde ik van hem dat de man was blijven leven. En dat gaf me na zoveel jaar toch een gevoel van opluchting.
Janny Praamsma
dinsdag 2 november 2010
Schrijfgekte
Net als vorig jaar in november, heb ik me opgegeven voor National Novel Writing Month, NaNoWriMo. Over de hele wereld zitten duizenden mensen deze maand als gekken te typen om in 30 dagen 50.000 woorden (50K) te bereiken. Of dat echt goede romans oplevert, blijft natuurlijk de vraag. En 'National' is ook niet meer aan de orde, aangezien de hele wereld inmiddels meedoet.
Schrijfspieren
1667 woorden per dag schrijven is geen sinecure. Vorig jaar heb ik de 50K gehaald door af en toe onsamenhangende rotzooi te tikken en door bestaand materiaal te plakken in het lopende verhaal. Alles voor de kwantiteit, waar het bij de WriMo's vooral om lijkt te gaan. Dat is niet erg bevredigend. Aan de andere kant heb ik mezelf toen de discipline bijgebracht om dagelijks te schrijven. Een goed recept om de schrijfspieren te trainen. De pepmailtjes van de organisatoren zijn stimulerend. Ook helpt de gedachte dat er zoveel gekken tegelijk zitten te schrijven. Het heeft in ieder geval een berg ruw materiaal opgeleverd. Van de zomer heb ik daar nog wat aan gesleuteld. In deze novembermaand werp ik me op de kwaliteit: herschrijven en het verhaal meer body geven. Die roman zal er komen!
Verder
Af en toe kruipt deze kluizenares uit haar schrijfholletje om les te geven. Vanavond alweer de laatste bijeenkomst van de cursus 'Schrijven als Levenskunst' bij het Humanistisch Verbond. Een vervolg zal in het voorjaar komen, met een ander thema. Donderdag is het natuurklasje weer aan de beurt. Zondag Crisiskunst in de Noorderparkkamer. Meer lessen met kinderen zijn in voorbereiding.
Schrijfspieren
1667 woorden per dag schrijven is geen sinecure. Vorig jaar heb ik de 50K gehaald door af en toe onsamenhangende rotzooi te tikken en door bestaand materiaal te plakken in het lopende verhaal. Alles voor de kwantiteit, waar het bij de WriMo's vooral om lijkt te gaan. Dat is niet erg bevredigend. Aan de andere kant heb ik mezelf toen de discipline bijgebracht om dagelijks te schrijven. Een goed recept om de schrijfspieren te trainen. De pepmailtjes van de organisatoren zijn stimulerend. Ook helpt de gedachte dat er zoveel gekken tegelijk zitten te schrijven. Het heeft in ieder geval een berg ruw materiaal opgeleverd. Van de zomer heb ik daar nog wat aan gesleuteld. In deze novembermaand werp ik me op de kwaliteit: herschrijven en het verhaal meer body geven. Die roman zal er komen!
Verder
Af en toe kruipt deze kluizenares uit haar schrijfholletje om les te geven. Vanavond alweer de laatste bijeenkomst van de cursus 'Schrijven als Levenskunst' bij het Humanistisch Verbond. Een vervolg zal in het voorjaar komen, met een ander thema. Donderdag is het natuurklasje weer aan de beurt. Zondag Crisiskunst in de Noorderparkkamer. Meer lessen met kinderen zijn in voorbereiding.
zondag 31 oktober 2010
Als alles klopt
Er zijn momenten, periodes dat alles klopt en op zijn plek valt. 'Hoe begin je aan een verhaal, hoe bouw je het op?' daarover ging het vorige bericht. Een dag later volgde ik een workshop over beeldtaal op de NDSM-werf en verdiepte me daar in de overeenkomsten en verschillen tussen verhalen en films. In de pauze dwaalde ik over de NDSM-werf en schoot wat plaatjes. Er valt daar zoveel te zien, ook als je naar buiten kijkt door een vuil raampje. Kijk en lees ook hier, op ilovenoord.
![]() |
| Groeiend aantal bezoekers |
Vanmiddag was het weer tijd voor Het Hart op de Tong in het Zonnehuis. Verhalen, gedichten en muziek kwamen bij elkaar. Grappig, ontroerend, aangrijpend zelfs. Een samenkomen van mensen, uit Tuindorp Oostzaan, maar ook uit andere delen van Noord, Amsterdam en de rest van Noord Holland. Mensen die het praatje van Henny Buiter op Radio Noord Holland hadden gehoord, buurtreporters van Noord Verandert! en deelnemers van Schrijven als Levenskunst... Het aantal bezoekers en vertellers groeit. Ik gloei als ik zie hoe sommigen gretig naar de microfoon stappen om hun verhaal te vertellen, maar nog meer als ik zie hoe anderen een drempeltje overwinnen en dan iets persoonlijks vertellen. Vandaag heeft Lennert Ras voor Noord Verandert! gefilmd. Hij heeft prachtig materiaal verzameld. Wat een heerlijkheid om het schrijven, vertellen, filmen en mensen bij elkaar te brengen.
![]() |
| Lovely begeleidt; Henny vertelt |
![]() |
| Sam en Peter demonstreren hoe je rustig wordt, met een pauwenveer |
vrijdag 29 oktober 2010
Tipje van de theorieberg
Het schrijven van korte verhalen (fictie)
De cursus 'Schrijven als levenskunst' bij het Humanistisch Verbond is vooral bedoeld om deelnemers het plezier van het schrijven bij te brengen door middel van prikkelende oefeningen. Mijn recept is: 'Schrijven, dagelijks!' Hoe meer je schrijft, hoe makkelijker het gaat. De groep geeft elkaar op een prettige manier feedback, waardoor je je eigen 'stem' en kwaliteiten ontdekt en versterkt.
Toch komt regelmatig de vraag naar wat meer theorie en tips. Hoe begin je aan een verhaal, hoe bouw je het op? Bij deze wat globale informatie.
Hoe begin je?
- Er zijn schrijvers die van tevoren al het verhaal in hun hoofd hebben. Zij maken een synopsis of samenvatting en werken aan de hand daarvan het verhaal uit.
- Bij de meeste schrijvers (iedereen heeft natuurlijk zijn eigen werkwijze) schrijft het verhaal 'zichzelf' gaandeweg. Zij beginnen met een idee, of een situatie en van het een komt het ander. Zij weten zelf dus van tevoren niet hoe het verhaal afloopt.
- Een combinatie (zo werk ik): je hebt een idee voor het verhaal, begint te schrijven en loopt op een gegeven moment vast. De verhaallijnen raken in de knoop, je vraagt je af of alle personages noodzakelijk zijn om het verhaal te vertellen etc. Maak dan een raamwerk van wat je hebt, en hoe je verder wilt. Hoeveel hoofdstukken, welke personages, wat gebeurt er op welk moment. Dit helpt bij het verder uitwerken van je verhaal.
Hoe bouw je het verhaal op?
- Allereerst moet je de situatie neerzetten. Waar bevinden we ons in het verhaal, wie zijn de belangrijkste personen, wat drijft hen (waarom doen ze wat ze doen?), wat is er aan de hand? Je kunt dit beschrijvend doen, maar ook door 'met de deur in huis' te vallen. De lezer komt meteen in een scène met dialoog terecht. De uitdaging is om met weinig informatie de lezer het verhaal in te trekken, waardoor die nieuwsgierig wordt hoe het verder gaat.
- Als je de situatie en personages met hun drijfveren hebt neergezet, kun je verder uitwerken, waar het wringt of botst. In de meeste verhalen gebeurt 'iets ergs'. De drijfveren van de verschillende karakters botsen. Laat dit zien aan de hand van situaties, scènes, met dialogen. De ontwikkeling van het conflict is het geraamte van je verhaal. Je kunt vooruitwijzen naar de afloop, maar ook de spanning opbouwen door het verhaal verschillende wendingen te geven.
- Na de ontwikkeling volgt de ontknoping. Op de een of andere manier komt er een oplossing van het conflict. Dit hoeft natuurlijk geen 'happy end' te zijn. Eén van de personages kan als 'winnaar' uit de strijd komen, of er zijn alleen 'verliezers'. Een 'open einde' laat de meeste ruimte voor de verbeelding van de lezer. Vaak is er ook een verrassende wending of een oplossing die uit de lucht komt vallen. Dit wordt 'Deus ex machina' genoemd. Het gevaar is, dat die oplossing dan overkomt alsof die er aan de haren bijgesleept is.
Dit zou meer houvast moeten geven bij het schrijven van je verhalen. Voor mezelf is dit ook een aansporing om meer gestructureerd verder te gaan met schrijven. Succes iedereen!
woensdag 27 oktober 2010
Blik-op-kunst
Hobbymuseum
Welkom bezoeker! Dank voor uw begrip
voor het verzorgen van deze rondleiding
door Blik-op-kunst, uw gidsrobot. Blik
beschikt over de juiste netwerkcontacten
en zeurt niet over salaris. Hij vreet stroom.
Volgt u Blik naar de eerste zaal: onze
collectie prehistorische hobby's. Sta even stil
bij de postzegelverzamelaar. Uitgestorven,
in hetzelfde tijdperk als de postbode. Er was
een tijd waarin mensen in uniformen met
karretjes langs huisdeuren gingen. Waarom?
Zij schoven handgeschreven documenten
door langwerpige openingen. Als betaalmiddel
plakte men kleine gekleurde papiertjes op
die documenten. Elk land had zijn eigen
papiertjes. De uiterst primitieve hobby bestond
eruit zoveel mogelijk verschillende papiertjes
te verzamelen. Stelt u zich dat eens voor!
Resten alleen nog zijn hulpstukken: de pincet
en het vergrootglas, plus een handvol zegels.
De attributen van de postzegelverzamelaar bevinden
zich tussen die van de kanariekweker en het aquarium.
Wij haasten ons naar de linkerzaal: het domein
van de zogeheten kunstenaars. We zijn er trots op
dat we nog enkele levende exemplaren hebben
weten te bemachtigen. Ziet u hoe wanhopig
de musicus geluid probeert te krijgen uit de tralies
van zijn kooi? Alles gebruikt hij, zijn nagels en tanden
sinds hij zijn geldverslindende instrument heeft
moeten verkopen. Pathetisch, vindt u niet?
Het is geniaal hoe de schilder zonder zijn gebruikelijke
palet tot een waaier van kleuren komt: pisgeel, bloedrood,
poepbruin... Stinkt het? We gaan verder, langs de dode
dichter, de danseres, de beeldhouwer en de acteurs.
Van de laatste soort hebben wij met gemak een mannelijk
én een vrouwelijk exemplaar kunnen vinden. Het voordeel
van acteurs is dat zij ingezet kunnen worden in de meer
rendabele sectoren van de samenleving. Naadloos
voegen zij zich in de rol van politicus of zakenman.
Daar heeft de maatschappij wat aan.
De laatste zaal, ons pronkstuk: de handelaar in derivaten.
Zijn bestaan wordt bedreigd, dus Blik verzoekt u om
een financiële bijdrage, zodat deze tak van sport behouden
blijft. Kijkt u nu eens hoe hij zich een virtuoze vorm van
mime heeft eigen gemaakt, waarbij hij met mond en handen
een soort van - ja wat is het? Een bol suggereert. Hij blaast,
doet zijn handen verder uit elkaar, waardoor de bol
lijkt te groeien. Wat een superieure suggestie!
Speciaal voor hem heeft het museum een oventje
aangeschaft. Kijk! Daar manoevreert hij zijn luchtbel
kunstig in de oven. Knap hè? Op het werkblad naast
de oven liggen zijn eerdere baksels. Wat?? U ziet
ze niet? Wacht even, ik ben vergeten de speciale
derivatenbrillen uit te delen. Alstublieft! Hier zijn ze.
Applaus voor deze meesterwerken! Het zou toch eeuwig
zonde zijn als die verloren gaan?
27 oktober 2010
Abonneren op:
Posts (Atom)









