Posts tonen met het label fiets. Alle posts tonen
Posts tonen met het label fiets. Alle posts tonen

maandag 26 april 2010

Pontgedicht: Figuranten



Figuranten

Zo is wachten niet erg
het glazen oog in haar hand
legt alles vast

Smal leun ik tegen het hek
zie met mijn achterlicht
hoe zij door de knieën zakt,
het waterpeil stijgt
om de naderende boot
te vangen

De klep halveert hoofden
gretig om zich aan deze kant
te ontladen
twee, drie keer per uur
niets persoonlijks

Wie gaat als eerste?
geen gedrang. Jij daar,
met je blauwe jas, wint
en trapt je rijwiel scheef

Snel sluit het oog, klep dicht
zij moet zelf mee, zich ontladen
bij het roodgehekte
waar wachtenden haar
gehalveerde hoofd zien

maandag 26 april






Zie ook het eerbetoon aan deze pont, fiets en foto's op pomgedichten

vrijdag 19 februari 2010

Flyerdag

Vandaag heb ik op de fiets wat flyers rondgebracht voor 'Schrijven als levenskunst'. Een erg frisse neus haalde ik daarmee. Ook heb ik een flyer gemaakt voor de volgende cursus:

Schrijfgroep: 'Kanker is niet je hele verhaal'

Wie kanker heeft, of heeft gehad, heeft veel te verwerken. In de eerste periode na de diagnose zijn de meeste mensen wat verdoofd van de schrik. Daarna komen de - vaak ingrijpende – behandelingen. Later heb je meer behoefte om de bijkomende emoties te uiten. Erover praten helpt, met mensen die willen luisteren. Schrijven is ook een goede manier: papier is geduldig. De bewijzen stapelen zich op: van schrijven word je gelukkiger en gezonder. Geestelijke en lichamelijke gezondheid zijn gebaat bij het regelmatig opschrijven van diepe gevoelens. Dat komt doordat je gedeeltes van de hersenen gebruikt, die helpen bij het greep krijgen op emoties als angst, verdriet en boosheid.

In de schrijfgroep zet je, aan de hand van een aantal thema's, jouw verhaal op papier. Kanker is daarbinnen misschien slechts een hoofdstuk, maar wel een belangrijk hoofdstuk. Door erover te schrijven krijgt dat hoofdstuk een plaats in je hele verhaal: een compleet verhaal met hoogte- en dieptepunten. Dit helpt je om tegenslagen beter te hanteren en meer vertrouwen in de toekomst te hebben. Je plezier in het leven neemt toe en schrijven neemt daarin een plezierige plaats in.
Geef je snel op: de groep gaat van start zodra er voldoende deelnemers zijn. Tijd: maandagmiddag 14.00 – 16.00 uur
Plaats: Gebouw SOLID Aldebaranplein 4a, Amsterdam Noord (Tuindorp Oostzaan). Kosten: € 85,-- voor zes bijeenkomsten.

Appels en peren

Ik stel mij een weegschaal voor
een ouderwetse balans:
links ligt mijn rechterborst
een soes van vlees en bloed

En op de rechterschaal
ons huis-tuin-en-keukengeluk
de aarde, jij, mijn eerste bundel.

Natuurlijk slaat rechts door!
Ik word, ik ben een amazone
van de mensenliefde, schiet vol
en word geraakt.

Natuurlijk moet ik huilen
om het hoopje
dat van de schaal afschiet
hoog, hoog in de lucht:
daar gaat mijn tiet

Uit: Nageljongenstraat

Meer informatie over de schrijfgroepen vind je op www.schrijftaal.net

maandag 11 januari 2010

Onderneming in Noord

(in twee delen)

Tijdschrift
De pont bij de NDSM-werf vaart weer eens nèt voor mijn neus weg, dus ik trap door naar de Buiksloterweg, via de van der Pekbuurt. Het grootste deel van het fietspad is begaanbaar. Er ligt een stroef grijs mengsel van sneeuw en zand. Ik mik met mijn voorband op de kaalste stukken en volg verder de sporen van voorgangers. Ik bedenk dat dit een goede gelegenheid is om het van der Pek Maggezien op te halen. Het is twee weken geleden uitgekomen en er staan foto's en gedichten van mij in. Nu wil ik het eindresultaat wel eens zien.
De souvenirwinkel, de basis voor broedplaats van der Pek, is helaas gesloten en bij Bed&Brek van der Pek liggen alleen oude nummers van het Maggezien. Ik vraag de weg naar het buurthuis 't Krat. 'Een huisje, midden op het plein verderop.' Buiten staat een vrouw te roken. 'Nee, hier wordt alleen een cursus gegeven.' De andere kant van het gebouw is dicht, zelfs de luiken zijn neergelaten. Ik kijk nog verder rond, op zoek naar een openbaar gebouw met een stapel Maggeziens.
Ineens sta ik voor een steunpunt van de organisatie waar ik tot voor kort voor werkte. Ook hier zit alles dicht, maar er is een bel. Wie weet spreek ik een oud-collega. 'Hello?' klinkt er uit de intercom. Ik hoor kinderstemmen en: 'Shut up!'
'Thank you!' reageer ik lollig.
'Who's there?'
'I am Wilma and I'm looking for the steunpunt.'
'Come in.'
De zoemer gaat en ik sta binnen. Bovenaan de trap staat een Afrikaanse vrouw in nachtgewaad. Er verschijnen ook twee, drie hoofdjes van kinderen. Een meisje met veel vlechtjes lacht en zwaait naar me.
'Do you live here?' vraag ik en leg uit dat ik op zoek was naar een tijdschrift en dacht hier misschien een collega aan te treffen.
'Yes.'
'Sorry to have bothered you.'
'That's okay.'
De deur sluit voor geen meter. De vrouw moet naar beneden om die goed dicht te maken.
Ik zie een bibliotheekgebouw, maar dat gaat pas over een uur open. Ik geef mijn zoektocht op en loop terug naar mijn fiets, die bij de souvenirwinkel is achtergebleven. Ze mogen mij het Maggezien toesturen.



Kamer van Koophandel
Ik steek het IJ over naar het eigenlijke doel van mijn onderneming. De Kamer van Koophandel ligt vlak naast het Centraal Station. Op de pont denk ik aan twee jaar geleden. Toen zat ik midden in mijn verhuizing van Amsterdam Zuidoost naar Noord. Uitgeput van een dag klussen in mijn nieuwe huis zag ik door een mist van vermoeidheid die letters Kamer van Koophandel oplichten. Dan wist ik dat ik bijna aan de overkant was.
Vroeger zat de Kamer van Koophandel en Fabrieken in het Confectiecentrum, in Amsterdam West. Toen ik net in de hoofdstad woonde, had ik daar een van mijn eerste baantjes. Mensen belden naar het Handelsregister om informatie over bepaalde bedrijven. Ik zocht in het register het uitreksel op en las dat voor. Mijn collega Mona had een zwoele stem. Klanten vroegen vaak speciaal naar haar, vanwege die stem. Ik vond het best en dacht stiekem: 'ze moesten eens weten hoe ze eruit zag.'
De chef van de afdeling, een kleine man met over zijn kale hoofd gekamd haar, stond elke morgen op zijn horloge te kijken en te noteren wie er te laat kwam. Om vijf voor vijf trok iedereen zijn jas aan en stond met de tas in de hand te wachten op de bel. Om vijf uur ging die en stormde de meute het gebouw uit. Ook herinner ik me een keer een ernstige overschrijding van een territoriumgrens. Ik deed een klusje waar ik eigenlijk niet voor aangenomen was en haalde iets uit een dossierkast. Een collega stelde mijn initiatief niet op prijs en tierde: 'Dat is míjn laatje!'
Nu, dertig jaar later, kom ik mijn eigen eenmanszaak inschrijven. De telefoniste had me gewaarschuwd voor lange wachttijden. 'Het is erg druk tegenwoordig, het duurt soms twee uur voor u aan de beurt bent.' Ik installeer me met mijn paperassen en een bekertje koffie en hang meteen maar een kaartje op het grote prikbord. Je weet nooit, hoe een starter een opdracht vangt. Na vijf minuten word ik al geroepen, het is juist erg rustig vandaag. Ik pak mijn jas, koffie en paperassen en loop mee met een man. 'Willem nogwat' staat op zijn naambordje.
Ik heb de benodigde formulieren al gedownload en ingevuld. De handelsnaam die ik heb bedacht blijkt toch nog ergens anders in gebruik te zijn. Willem geeft hierover een negatief advies. Als ik mijn bedrijf toch onder deze naam inschrijf, kunnen er later problemen ontstaan. Maar ik kan een verklaring tekenen dat ik hiervan op de hoogte ben en eventueel later de handelsnaam wijzigen. Ik zal hierover contact opnemen met de naamgenoot in Zwolle. Nu nog even de aanvraag van het btw-nummer en de onderneming kan van start. Gefeliciteerd mevrouw!
Willem en ik kletsen nog wat over Amsterdam en over Noord. Hij is een echte Amsterdammer, dus vindt hij dat Noord niet echt Amsterdam is. Ik vertel hem over mijn oude baantje en hij herinnert zich Mona nog. Ze is niet op een plezierige manier vertrokken. Ook herinnert hij zich de chef met het horloge en de klok en dat iedereen om één minuut voor vijf met jas en tas klaarstond. 'Een Gestapo sfeertje was het.' Het kost enige moeite om het gesprek te beëindigen. 'Bedankt Willem,' zeg ik, 'ik ga ondernemen.'
De pont naar de NDSM-werf is weer net weg, dus ik pak die naar de Buiksloterweg. Ik fiets door grijze bandensporen, over kale plekken in de sneeuw, een klein stukje over de rijweg, die glad en schoon is. Een automobilist stoort zich daaraan en toetert hard. Die heeft weinig begrip voor de door de sneeuw fietsende medemens. 'Lul,' mopper ik, 'het is zeker jóuw laatje?'

donderdag 7 januari 2010

Zaai zand, geen paniek



Zoutgebrek

Vertraag je pas
het is eng om te lopen
eng om te rijden
sta stil bij kristallen
snotsnorretjes
waar zonlicht op tinkelt

Neem je fiets aan de hand
en schuifel – het verkeer
zit he-le-maal vast
nou en?

Zoutminnende planten
bestaan niet
zaai zand
geen paniek

7 januari 2010