dinsdag 31 maart 2009

Tranen met tuiten





Zout water

Ik probeer het eens met rugslag
maar wijk af van de koers -geen zicht
verzuip in gedachten die opzwellen
als een oceaan bij het lezen van
de scheepsdokter, die stierf voordat
ik begon

Een zak van een zwemleraar sleurt
me uit het bad. Sindsdien heb ik
een waterhoofd en zweet
geen oplossing

Beton raspt ruw mijn buik
geschaafd zit ik onder de bok

Wat doet dit bovendrijven?
Een stroom van woorden maakt
wie ik uit mijn verleden gekneed heb
ik kan best zwemmen en zie
mezelf overdrijven


(oktober 2008)


maandag 30 maart 2009

Toeval is toeval



IJt is wat de kraai schijt


Het einde van de vrijheid valt
op maandag, met een hoek zon
in de achtertuin, een boek
om in te bijten

Papa zei: “als er een kraai in mijn
bierflesje schijt, win ik de loterij”

Ruziënde huisdieren, blote knieën
en een lichaamswarmer

Met een merkwaardig stemgeluid
laat een meeuw iets vallen
krijtwitte spetters op tafel, mijn hand
en een willekeurig gedicht

30 maart 2009

zondag 29 maart 2009

Teruggevonden



In april/mei 2003 zette ik zelf een klein bundeltje gedichten in elkaar en maakte dertig kopieen, waarvan ik er nog een terugvond, bij de verhuizing van de ene boekenkast naar de andere. Het boekje heette 'Trechter'; het titelgedicht staat hieronder. Ik besteedde uren aan de afbeeldingen op de voor- en achterkant: aquarels van een wit trechtertje, met veel blauw. In een later stadium zal ik die afbeeldingen uploaden.

Trechter

Er hangt een hamer in de lucht
trek je ziel weg voor het
oordeel valt

Heeft de jury een uitspraak?
jawel edelachtbare
de verdachte is schuldig
aan onvolmaaktheid
de straf is levenslang
schuldgevoel en spijt

De ziel gaat in beroep
maar het Hof maakt
ook niet vrij

Oordeel
stapelt zich
op oordeel

Menselijkheid
is doodzonde
de gang naar
de rechter
is een trechter
de tralies
zijn van staal

De ziel zal zichzelf
moeten vrijspreken

(2003)

zaterdag 28 maart 2009

Gewoon



Actieradius

In het ingerichte huis kan het gewoon
beginnen. Slapen en gordijnen opentrekken
een kleedje recht, hart voor de katten

Vroeger hadden we alle drie een hoek
van de huiskamer. Onze werelden
bouwden we met plastic boerderijdieren,
racebaansegmenten en legostenen
tussen de bloemen van het tapijt
liepen spoorverbindingen. Bij mijn broers
was er altijd oorlog. Ik bleef maar bouwen,
tot etenstijd. Daarna zou het spelen beginnen

Nu het huis is aangekleed, kan het
gewoon beginnen. Boeken uit de kast
trekken, andere terugzetten. De tuin in,
vlier en madelieven planten. Geen erger
vijanden dan lelijke struiken. Ik ben
gestopt met vrede stichten


28 maart 2009

vrijdag 27 maart 2009

9 1/2 months



Seroom

Voor de draaideur maai ik
het rookgordijn weg en slalom
om rollators – dàt niet, gelukkig

Bij de balie wacht ik achter
oma die uitlegt dat ze niet op die en die dag kan
want dan moet haar kleinzoon afzwemmen,
dat is een heel feest en bovendien kan je beter niet
met een open wond naar het zwembad
dus een week later is toch beter

Ik word gesignaleerd
hokje in, kleding uit
dokter komt zo

Verpleegster legt aan nieuwe uit
hoe het werkt, met zo’n pot
-pak er maar twee, spreek ik uit ervaring
het is weer 800 cc
het vocht zoekt al vijf maanden
een nieuwe route, ik bereid me voor
op een jaar

(november 2008)

woensdag 25 maart 2009

Analyse van een gedicht van Slauerhoff




De Zonnesteek


Hij maaide zich door de ombuigende landen,
En dacht dat het nooit een einde nam:
Dat hij tegen de zon als een slaande vlam
Staalblauw boven 't koren kon blijven branden.
Hij seinde haar dat hij won, dat hij kwam
En feller den bloei van 't seizoen aan zou randen,
Als man met de zeis verminken tot oogst,
De halmen met stompe sneden vermorzlen
En uit de aren de korrels dorschen
En het sap uit het kaf tot het zemeligst droogst.

Maar toen trok hem 't graf van de horizon
Met een draad die zich naar zijn oogen spon,
Glinsterend, prikkelend en stekend;
Hij ging maar sikkelend, houwend en brekend.
De halmen knakten.
De akkervlakten
Lagen tot den einder kaal...
Toen lag hij voorover gekruisigd, plat
In de stekende stoppels,
Als martlaar gekoppeld
Aan zijn zegepraal.

Toen kwamen de wagens -
de velden wentelden
Onder hen voort.
Toen kwamen de wagens -
Zijn handen tintelden,
De spieren trokken,
Hij greep een groote, gele
En slingerde ze de zon in 't gezicht.
Deze bloosde – een schicht
Spleet haar in tweeën:
Eén stuk viel naar beneden,
Het andere sprong in zijn zwellend hoofd.
Hij stierf, hij had de Grootste gekloofd
En strekte zich uit, moe van zijn macht.
Het was volbracht...
Hij nam zich voor met zonnestelsels te gaan keeglen
En 't heelal voortaan van zijn navel uit te reeglen.



J. Slauerhoff (1898-1936)


Uit: Verzamelde Gedichten, Nijgh & Van Ditmar, 's-Gravenhage-Rotterdam, 6e druk 1961
Oorspronkelijk in Archipel, 1923

Lees hier de analyse

dinsdag 24 maart 2009

Boekverhuizing op komst



Gevoel voor verhoudingen

Voor de rest van de week is rotweer
voorspeld, ga ik met boeken bezig
bye bye, billies mogen boven
de nieuwe gaat het huis domineren

Een woonkamer met hersens
hoogte x breedte x diepte
niemand klimt meer op de kast
niks naast of onder de kast

Stapels maken. Bundels bladen
verhalen sprookjes; de hele bibliotheek
afstoffen. Kamelen, spelletjes, vazen
nemen hun intrek. Welkom thuis.

24 maart 2009